De Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor. Enkele reacties.

22 januari 2014 -- Ludo Segers
Op 26/11/2013 verscheen de eerste editie van de Vlaamse Migratie- en integratiemonitor. Het wordt een tweejaarlijks rapport dat statistische gegevens over migratie- en integratieprocessen van vreemdelingen en personen van vreemde herkomst in Vlaanderen bundelt en duidt, binnen een Belgisch en Europees kader.

Het rapport is een gezamenlijk project van het Onderzoeksinstituut Arbeid en Samenleving (HIVA), de Studiedienst van de Vlaamse Regering (SVR) en het Agentschap voor Binnenlands Bestuur (ABB), gerealiseerd in het kader van het Steunpunt Inburgering en Integratie (SIenI).
De studie bevestigde nogmaals dat "Er een duidelijk verschil bestaat tussen de werkzaamheidsgraad van personen van Belgische herkomst en de personen van vreemde herkomst. Bij de personen van Belgische herkomst ligt de werkzaamheidsgraad het hoogst (75% in 2012). Op behoorlijke afstand volgen de personen afkomstig van de Zuid-EU-landen en Oost-EU-landen (respectievelijk 61% en 60%). De werkzaamheidsgraad van de personen afkomstig van buiten de EU ligt telkens onder de 50%."
Wat echter vooral in de media kwam was het gegeven dat 44% van de Vlamingen vindt dat moslims een bedreiging zijn voor onze cultuur, 51% heeft nooit contact met personen van vreemde herkomst in zijn of haar buurt, 47% gelooft dat migranten komen profiteren van de sociale zekerheid, 45% wil alleen mensen van Belgische herkomst in de wijk.  

 Eric Corijn, professor-emeritus VUB en nu vooral bezig rond 'stedelijkheid', was niet verwonderd. (http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1748447/2013/11/28/Neen-anders-zijn-is-niks-voor-Vlaanderen.dhtml)Hij zoekt naar de kenmerken van een samen-leving. En ziet in onze media en politiek een overheersende opvatting over het samenleven die uitgaat van gemeenschappelijkheid van taal, cultuur, traditie, gewoonten. In een dergelijke ideeënwereld is de vreemdeling problematisch. Volgens hem kan in een superdiverse samenleving het onderscheid en het mogelijke conflict enkel opgelost worden in een gedeelde wettelijkheid.   

 Jef Verschueren, hoogleraar UA departement taalkunde, nam de tijd om één en ander door te nemen en kwam eind december met zijn opinie (http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/12/20/de-tolerantiedrempel-heruitgevonden). In zijn artikel grijpt hij onder meer terug op een begrip dat 20 jaar geleden gehanteerd werd: de tolerantiedrempel. Toen werd het gebrek aan verdraagzaamheid beschouwd als gevolg van een overdosis vreemdheid. Hoe komt het dat nu 40 procent Vlamingen akkoord gaan met de stelling "Moslims zijn een bedreiging voor onze cultuur en gebruiken" tegenover 28% in 1998?Volgens hem verspreiden opinies zich niet vanzelf. "Er zijn wel degelijk ‘opiniemakers’. De katalysator was 9/11. Maar de verantwoordelijkheid ligt bij iedereen die de aanslagen op de WTC-torens in New York niet wenst te zien als een gruwelijke misdaad van een goed georganiseerde bende fanatiekelingen, maar eerder als een islamitische aanslag op de democratie en de westerse waarden." Het wantrouwen van de Vlamingen wordt gevoed door het overheersend discours dat migranten negatief portretteert en niet wil zien dat migranten al lang geen migranten meer zijn maar medeburgers die hier zijn opgegroeid. Als uitsmijter geeft hij mee: "Dat publieke discours bepaalt en wordt bepaald door een politiek die geen vertrouwen heeft in natuurlijke maatschappelijke processen en daarom zwaait met een inburgeringsplicht. Een politiek ook die zwijgt als vermoord wanneer onprettige waarheden worden geëtaleerd, zoals in genoemd racismedossier (De Standaard), ondanks (of net omwille van?) expliciete oproepen vanwege Chika Unigwe (De Standaard, 2/3 november 2013), Dyab Abou Jahjah (4 november), Naima Charkaoui (5 november). Wellicht zijn de namen te vreemd. De drempel is dus te hoog."  

Johan Leman, voorzitter van Foyer vzw en ex-directeur van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding) stelt zich de vraag "Heeft het beleid dan gefaald? Waar had het anders en beter gemoeten?" ( http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.1787706).Zijn antwoord is tweeledig: "Wie gelooft dat beleid een paradijs kan creëren, vergist zich. Een paradijs beloven is geen probleem. Het realiseren is een onmogelijkheid. In de mate dat het beleid in het verleden er vooral voor geopteerd heeft om de positie van migranten te verstevigen (wat zoals uit de geschiedenis van traditionele migratielanden blijkt, de enig juiste optie is), is het beleid op meerdere vlakken geslaagd (bv nationaliteitsverwerving, politieke participatie), maar heeft het op één belangrijk punt gefaald, namelijk de evenredige tewerkstelling."Voor de nabije toekomst ziet hij een gevaarlijke ontwikkeling: "de overaccentuering die er in de beeldvorming gekomen is van het “nog niet voldoende aangepast zijn van migranten”. Dit wordt voortdurend bij de bevolking ingelepeld… Er mankeert iets aan hun Nederlands, er mankeert iets aan hun oriëntatie op het werk, er is iets met hun huistaal die ze maar niet willen opgeven… Enfin, gelukkig is er hier en daar nog wel iemand die een aardig potje kan voetballen, anders zouden er, als we beleidsmensen en opiniemakers moeten geloven, vooral mankementen te zien zijn."  

Fouad Gandoul is politoloog en werkt bij het ACV. Hij hoopt dat velen het rapport zullen lezen en inzien dat een kordater beleid noodzakelijk is. Hij verwijst naar het advies van de SERV (Sociaal Economische Raad van Vlaanderen) dat in 2008 pleitte voor  ‘een doorgedreven beleid om de positie van hooggeschoolde allochtonen op de Vlaamse arbeidsmarkt te verbeteren’. Reeds toen lag de werkloosheidsgraad bij hooggeschoolde allochtonen (21%) lag zeven maal hoger dan bij etnische Belgen (3%). ‘Een verkwisting van maatschappelijk kapitaal’ aldus de SERV. Hij stelt dan ook terecht: "Het is met andere woorden geen exclusieve zaak van opleidingsniveau. Een probleem dat we overigens zeker niet ontkennen. We hopen dat de volgende minister van onderwijs veel meer animo kan teweegbrengen in het onderwijslandschap om uitsluitingsmechanismen effectief aan te pakken. Anno 2013 is de negatieve verhouding onder gelijkgeschoolden op de arbeidsmarkt nog steeds dezelfde en is de verhouding onder laag- en middengeschoolden verergerd, mede dankzij de economische crisis. De toenemende ongekwalificeerde uitstroom van allochtone jongeren voorspelt alleen maar hogere werkloosheidscijfers, toenemende armoede, uitingen van ongewenst sociaal gedrag en radicalisering."Zijn concept van een nieuwe "WIJ" trekt hij door in zijn conclusie: "Sociale innovatie en vooruitgang is geen exclusieve zaak van de overheid noch van de werkgevers. Vooruitgang boek je wanneer iedereen aan dezelfde koord trekt. Engagement is daar het sleutelwoord. Niets komt vanzelf! Mijn advies aan de allochtone jongeren voor het jaar 2014: Indignez-vous! Get organised!" 

 Ludo Segers

Reacties

Door josee Goethals,... (niet gecontroleerd) op

 Enige dagen geleden verscheen de nieuwe LIIM lokale inburgerings- en integratiemonitor. Deze was opnieuw voer om aan te geven hoezeer achterstand te wijten zou zijn aan tekorten en gebreken bij de personen van vreemde afkomst.

Als vrijwilliger op het werkveld van vluchtelingen en ex-asielzoekers (niet EU-personen) heb ik al veel personen met raad en daad geholpen in hun moeilijk traject naar werk of beroepsopleiding. Op basis van mijn vaststellingen op het werkveld betwijfel ik dat de oorzaak (oorzaken) eenzijdig bij hen zou liggen. Hieronder geef ik enkele elementen.

Fetisjisme en ongelijke behandeling

Al die nieuwkomers gingen al naar Open school of Basiseducatie toen ze tijdelijke verblijfsvergunning hadden tijdens hun asielprocedure.

Wanneer ze dan langdurige of permanente verblijfsvergunning krijgen, begint de OCMW-begeleider met maatschappelijke begeleiding en traject naar werk. De begeleiders beslissen in welke tewerkstellingsvorm die nieuwkomers terecht kunnen. Dat kan pas wanneer deze een NT2-niveau 1.2. behaalden. Sommige nieuwkomers behalen dat niveau snel. Anderen zijn minder vaardig met taal en worden daardoor inactief gehouden, ook al zijn ze jong en vol motivatie om te werken.

Ik stel me de vraag of die drempel van taalniveau wel zo strikt moet zijn? Die drempel is er niet voor EU-onderdanen die hier komen werken; hun (gebrekkig) Engels of Frans is gauw voldoende om te communiceren. Jonge mensen willen actief zijn. Ik denk dat taalverwerving TIJDENS tewerkstelling zo snel mogelijk na toekenning van permanent verblijf moet toegepast worden.

Ook verneem ik van nieuwkomers dat de ploegbazen en instructeurs die hen tijdens de artikel 60-tewerkstelling en tijdens de beroepsopleidingen van VDAB begeleiden / opleiden, hen niet in ‘mooi’ Nederlands (zoals in Open School aangeleerd) aanspreken. Wel in een Nederlands met zwaar accent, of soms zelfs in een dialectachtige vorm. Dit is verwarrend en zeer hinderend.

Ik stel me de vraag of de taalcriteria even strikt gelden voor begeleiders, ploegbazen en instructeurs als voor de nieuwkomers? en of daarop gecontroleerd wordt?

Taaleisen van Open school en VDAB sluiten niet op mekaar aan.

Na voldoende arbeidsprestatie in een artikel 60-job worden de nieuwkomers doorgeschoven naar RVA (werkloosheidsvergoeding) en begeleiding en activering van de VDAB. Diegenen die omwille van permanente verblijfsvergunning liefst eerst een beroepsopleiding volgen om meer kans op duurzame tewerkstelling te hebben, moeten vaak eerst beroepsoriëntatie en een cursus Nederlands voor een specifiek beroepsterrein volgen vooraleer te mogen instappen in een beroepsopleiding. Voor iedere stap zijn er ellendig lange wachttijden, zodat de klant geen duidelijkheid krijgt over de termijn die zijn/haar opleidingstraject zal duren. De zogenaamde activering wordt op deze manier ook weer een periode met veel inactiviteit.

Telkens wordt een bepaald niveau van Nederlands vereist. Dit is terecht met het oog op slaagkansen. Ik stelde vast dat de VDAB zelf taaltesten afneemt en niet voortgaat op het behaalde NT2-niveau van Open School. VDAB laat de vraag of er voldoende taalkennis is ook beoordelen door instructeurs die zelf geen duidelijk of correct Nederlands spreken.

Ik stel me de vraag waarom gebruik van een objectief selectiecriterium zoals van een attest Open school in deze situatie niet goed genoeg zou zijn?

Toegangseisen over inzicht en motivatie

De selectieprocedure voor toegang tot een beroepsopleiding peilt ook naar inzicht in de inhoud en werkomstandigheden van een beoogd vakgebied. Nieuwkomers hebben echter minder inzicht dan ingezetenen omdat ze geen familie en minder kennissen hebben met wie ze over arbeidsmarkt, inhoud en werkomstandigheden van de jobs  kunnen praten. Een juiste inschatting van de motivatie van de nieuwkomer is daardoor extra moeilijk. Ik stel me de vraag in hoeverre de beoordelingstechnieken rekening houden met ongelijke uitgangsposities?  

Opleidingen zijn duur, de opleidingskosten worden mede door de belastingbetaler betaald, de toegang ertoe wordt daarom streng afgewogen. De werkgevers stellen hoge eisen. De opleiding moet kunnen renderen. Dat klinkt aannemelijk, maar ruis op aansluiting van de ene opleidingsstructuur (volwassenenonderwijs) naar de andere (beroepsopleidingen), op de selectiemethodes die de toegang bepalen, op het taalgebruik van de instructeurs …. zijn structurele obstakels die mede oorzaak zijn van lange inactiviteit bij nieuwkomers, die ook veel geld kost. 

In mijn contacten met jonge erkende vluchtelingen die een permanente verblijfsstatus hebben en heel gemotiveerd zijn om hier hun leven uit te bouwen, hoor ik vaak frustratie: “in mijn vroeger land moesten we van kleinsaf werken. Hier moeten we altijd maar wachten.” In het jaaroverzicht 2013 van vzw AZIZ schreef ik daarom: "we deden ons best om nieuwkomers …. gemotiveerd te houden in een context waarin integratie afgeremd wordt door vooroordelen die gemeengoed (geworden) zijn en aan de basis liggen van discriminatie die niet voldoende serieus genomen wordt. We stellen vast dat het Nederlands als fetisj wordt toegepast, maar dan alleen voor nieuwkomers.  Daardoor worden jonge mensen veel te lang inactief gehouden, terwijl taalverwerving tijdens werk ook mogelijk is. Voor interessante VDAB-opleidingen zijn er te lange wachttijden en sommige instructeurs spreken de nieuwkomers aan in dialect of verkavelingsvlaams"

Josée Goethals (www.aziz.be)

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • HTML tags will be transformed to conform to HTML standards.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Gelieve de vraag te beantwoorden
To prevent automated spam submissions leave this field empty.

Foto's Steunbetuigingen

Hasan Duzgun

Gelijke kansen voor iedereen

Khadidja Ali Haïmoud

Het is 2015 in godsnaam! Onbegrijpelijk dat deze acties nog nodig zijn. Waar is de vrijheid als we geen gelijke kansen krijgen? Ik steun, jij steunt, hij steunt, wij steunen en zij steunen!!!

Bart Rogé

Tijd voor concrete maatregelen. #praktijktestennu

Jaison schroeyers

Diversiteit is alom aanwezig in onze maatschappij en zal zo blijven. Iedereen verdient een kans, ongeacht kleur/afkomst/religie/seksualiteit. Er is nergens plaats voor rascisme, ook niet in België.

Eva De Roovere

Uit: Om Mee Te Slapen (De jager, tekst&muziek: Eva De Roovere)

In elke kont dezelfde veren
Uit alle lijven hetzelfde sapsel

In elk gezicht dezelfde gaten
Op elke ziel dezelfde krassen

En elke eeuw dezelfde leiders
In elk gevecht dezelfde strijders
Voor elke dienst dezelfde goden
Voor elk gevoel dezelfde sloten

In elk hoofd dezelfde verzinsels
Voor elke leer dezelfde beginsels
Voor elk lied dezelfde rijmen
Voor elk sprookje hetzelfde einde

Jan Hautekiet

Werken is zoveel leuker met een bonte bende: jong, oud, lang, kort, man, vrouw, blank, zwart, en àlles daar tussenin, elk met zijn kunde, elk met zijn beperking.

Patsy Ben Ammou-Ruyskensveld

Mijn steun aan zij die werk zoeken met een exotisch klinkende naam, zonder melkwitte kleur én in de mogelijkheid zijn om meer dan alleen Vlaams te spreken. 

Al was het maar om mijn eigen zonen dit niet te laten meemaken ! We hebben nog 20 jaar om dit kwaad dat domweg structurele discriminatie op de arbeidsmarkt heet, uit te roeien. 

 

Klaartje Van Kerckem

Na 50 jaar Turkse en Marokkaanse migratie is de kloof tussen "wij" en "zij", tussen "autochtonen" en (excusez-moi-le-mot ) "allochtonen"  nog steeds beschamend groot. Vooroordelen swingen de pan uit en hebben via discriminatie een directe impact op de levenskansen van mensen met een migratieachtergrond en Moslims in het bijzonder. Hoog tijd dat daar iets aan gedaan wordt en ik draag graag mijn steentje bij. Let's bridge the gap together! 

Jef Van Vinckenroye

Ik steun.

Prasad, Ali, Chris, Nelle en Barbara

Wij steunen

Dirk

Ik steun

Jan

Ik steun

Engracia uit Angola

Ik steun

Manou

ik steun

Nele

Ik steun

Pagina's

Hand in Hand tegen racisme vzw (info), missie en visie

Grote Steenweg 91, 2600 Berchem-Antwerpen
T 03 - 281.15.05 / Twitter hih_antiracisme
E info@anti-racisme.be 

Steun: BE39 0000 0001 1619, vanaf 40 euro ontvangt u een fiscaal attest. Alvast dank.

Facebook Hand in Hand algemeen: https://www.facebook.com/pages/Hand-in-Hand-tegen-racisme/311909578832947

Facebook campagne tegen jobdiscriminatie: https://www.facebook.com/jobdiscriminatie

Wie regelmatig op de hoogte wil worden gehouden van onze activiteiten, kan zich inschrijven op onze mailinglijst en adressenlijst.

Contact- en bestelformulier